Kaakgewrichtsklachten


Spieren en gewrichten die niet goed functioneren kunnen last veroorzaken.
De klachten die het meest voorkomen zijn:
- pijnlijke en vermoeide kauwspieren
- beperkte mondopening
- uitstralende pijn tot in hoofd en het nekschoudergebied.
Ook kunnen er kaakgewrichtsgeluiden optreden zoals knappende of schurende geluiden bij het openen of sluiten van de mond.
Over het algemeen zijn kaakklachten meer vervelend dan gevaarlijk. Vooral het afbijten en kauwen van voedsel, tandenpoetsen en gapen gaat dan niet goed.

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaken van kaakklachten zijn verkeerde mondgewoontes zoals veelvuldig klemmen of knarsen. Hierdoor raken de kauwspieren vermoeid. Dit kan leiden tot pijn in de kauwspieren, het kaak- gewricht en hoofdpijnklachten. Kaakklachten kunnen ook ontstaan door een overrekking van het gewricht na bijvoorbeeld een klap of een ongeluk. Daarnaast behoren de gevolgen van slijtage van het gewricht ook tot de mogelijke oorzaken van kaakklachten.

Therapie

Soms kunnen de kaakgewrichtsklachten erg hardnekkig en hinderlijk zijn. Het is belangrijk om naast de fysiotherapie in de praktijk , bestaande uit Dry Needling, massage, oefentherapie en adviezen, ook thuis te oefenen. In sommige gevallen kan het zijn dat uw fysiotherapeut samenwerkt met uw tandarts. Bijvoorbeeld wanneer er een opbeetplaat nodig is om het opbouwen van spanning in de kauwspieren als gevolg van klemmen en/of knarsetanden te voorkomen.

Mondrusthouding

Als de mond in rust is raken de tanden en kiezen van het boven- en ondergebit elkaar net niet. De tongpositie in rust is op de alveolairrand: dit is de bobbel die tussen de twee voortanden ligt. De rest van de tong ligt breed tegen het gehemelte. Bij onderstaande oefeningen begint u steeds in deze positie.

Oefening 1

Plaats de tong in de correcte positie. Leg de middel- en wijsvinger van de ene hand voor het oor tegen de huid ter plaatse van het gewricht. Pak met de andere hand de kin tussen duim en wijsvinger beet en druk bij langzaam openen van de mond de kin naar achteren(maak een onderkin). Als U het goed doet, voelt u het kaakkopje niet naar voren komen.

Oefening 2

Ga voor een spiegel staan of zitten. Teken als hulpmiddel, indien nodig, met bijvoorbeeld een viltstift een verticale lijn op de spiegel Open en sluit vervolgens in een rechte lijn de mond.

Oefening 3

Breng de kaak en tong in de rustpositie. Plaats uw duim onder de kin. Probeer vervolgens uw mond te openen, terwijl uw duim dit tegenhoudt (gebruik lichte druk). Zorg hierbij dat u de onderkaak niet naar voren beweegt Bij deze oefening vindt geen beweging plaats. Voer deze oefening steeds uit wanneer u merkt dat u uw kaken klemt.

Oefening 4

Een juiste lichaamshouding is belangrijk Trek in stand of zit beide schouderbladen naar elkaar toe,. terwijl de schouders laag blijven. Tegelijkertijd strekt u de nek op, waarbij u naar voren blijft kijken en de kin wat intrekt.

Hoofdpijnklachten

Vaak worden hoofdpijnklachten veroorzaakt door triggerpoints (spierknopen) in de spieren van de kaak en het nekschoudergebied. Na een uitgebreid vraaggesprek en onderzoek van de spieren en gewrichten van de kaak, het nekschoudergebied en de wervelkolom wordt er een behandelplan met u opgesteld De behandeling van deze triggerpoints bestaat uit onder andere Dry Needling, mobilisaties massage, oefentherapie en adviezen. In de hieronder staande afbeelding ziet u de uitstralingspatronen van een aantal veel voorkomende triggerpoints (spierknopen).